Het landschapsdecreet (vertaling in het Frans) van 16 april 1996 bepaalt de regels voor de bescherming van landschappen.

 

Verplichtingen

Een beschermd landschap moet behouden worden en bovenop de algemene beschermingsvoorschriften moeten de specifieke beschermingsvoorschriften van het beschermingsbesluit gevolgd worden. De planologische functie volgens het gewestplan of RUP moet echter kunnen blijven.

De stedenbouwkundige vergunningen zijn die van de Codex, maar de procedure wordt aangevuld met een advies van het Agentschap ‘Ruimte en Erfgoed’. Als een vergunning niet vereist is, volstaat een ‘toelating’ van ‘Ruimte en Erfgoed’; behalve als het om de uitvoering van een landschapsbeheerplan gaat waar die toelating niet nodig is.

Een landschapsbeheerplan kan door een pluralistische plaatselijke beheerscommissie (waarin iedereen die zich geroepen voelt om het landschap mede te beheren kan zetelen) opgemaakt worden. Dit plan (van 27 jaar) geeft de doelstellingen voor het beheer van het landschap weer en stelt een actieplan (op vrijwillige basis) op. Het geldt dus automatisch als ‘toelating’ vanuit het Agentschap ‘Ruimte en Erfgoed’ bij aanvragen voor stedenbouwkundige vergunningen. De opmaak van het plan is voor 80% subsidieerbaar. Dit plan kan eveneens als bijlage aan een beheerplan van een andere sector opgesteld worden.

 

De financiële begeleiding (1 en 2) is:

  • een onderhoudspremie van 40% (begrensd op een bedrag van € 20.000) voor het onderhoud van de elementen van het landschap op basis van facturen of mits een forfaitair tarief;
  • een landschapspremie van 80% van de kosten voor de opmaak van het beheerplan en van 70% voor de maatregelen die voorzien zijn in het beheerplan, zonder dat een limiet wordt bepaald.

 

Landschapsatlas

De landschapsatlas is de atlas van de relicten van de traditionele landschappen, waarin de landschapskenmerken weergegeven worden voor zover deze een erfgoedwaarde hebben. De landschapsatlas dekt ongeveer 530.000 ha.

In de ‘landschapskenmerkenkaart’ worden, naast de landschapskenmerken (biotische, abiotische en menselijke kenmerken) die een erfgoedwaarde hebben, ook andere ruimtelijk structurerende landschapskenmerken opgenomen.

 

Procedure van bescherming voor landschappen

Volgens de klassieke procedure (spoor 1) kan iedereen de bescherming van een landschap voor natuurlijke, historische, esthetische, socio-culturele redenen aanvragen. De administratie behandelt de aanvraag, de minister neemt een voorlopige beslissing en een openbaar onderzoek vindt plaats. De ‘Commissie van de Monumenten en Landschappen’ geeft een advies en de minister beschermt het landschap binnen de 12 maanden volgend op de voorlopige bescherming en bepaalt de specifieke voorschriften die aan de bescherming verbonden zijn.

Voor nieuwe beschermingen wordt de klassieke procedure (spoor 1) niet meer gebruikt. Volgens spoor 2 vertrekt men van een aantal gebieden die in de ‘landschapsatlas’ zijn opgenomen. De atlas geeft slechts een inventaris van mogelijke ‘ankerplaatsen’ (nu 381, die 220.000 ha beslaan of gemiddeld 580 ha per ankerplaats) en een opname heeft geen rechtstreekse gevolgen.

Door een progressieve procedure worden ‘voorlopige ankerplaatsen’ (momenteel een klein tiental) en vervolgens ‘definitieve ankerplaatsen’ (een dertigtal) officieel aangeduid maar nog altijd zonder rechtstreekse gevolgen op de voorzorgsplicht na. Wel zijn er beperkingen voor de overheid. Later, bij het opstellen van een RUP, zullen de ‘ankerplaatsen’ met bijzondere beschermingsvoorschriften hernomen worden en zullen ze ‘erfgoedlandschap’ heten, wat de nieuwe soort (spoor 2) beschermd landschap is.

De lijst en de kaarten van de ‘ankerplaatsen’.

 

Volgens artikel 34 van het landschapsdecreet kan de overheid onteigenen in geval van gevaar voor het landschap. Wie bij een dergelijke bescherming een waardeverlies ondervindt van meer dan 50% van zijn koopwaarde, mag de aankoop van zijn goed door de overheid opeisen.

Volgens artikel 35 van hetzelfde decreet kan (in sommige gevallen) aan de eigenaars van percelen die in een beschermd landschap liggen een vergoeding worden toegekend van 80% van de waardevermindering van hun onroerend goed, als deze waardevermindering rechtstreeks voortvloeit uit de voorschriften van een besluit tot definitieve bescherming. De vergoeding wordt alleen toegekend indien aan de eigenaar een vergunning werd geweigerd voor een handeling die overeenkomt met de bestemming van het gebied.