Bosbranden vragen om actief bosbeheer

30 jul 2026
Brussels
Alexia Bekaert
Bosbranden vragen om actief bosbeheer

De beelden van de bosbranden die deze zomer opnieuw grote delen van Europa treffen, laten niemand onberoerd. Onze gedachten gaan in de eerste plaats uit naar de lokale bevolking, de eigenaars die hun gronden en bossen verloren, de brandweerploegen die zich onvermoeibaar inzetten om het vuur onder controle te krijgen, en de vaak vergeten slachtoffers van deze branden: de vele dieren die erdoor getroffen worden.

Ook binnen Landelijk Vlaanderen volgen we de situatie van nabij. Ook vanuit de private sector willen we die kennis verder verzamelen en onderzoeken verder via ons netwerk met Frankrijk en Spanje, wat deze evolutie betekent voor onze Vlaamse bossen.

Want één zaak wordt steeds duidelijker: bosbrandpreventie is niet alleen een klimaatvraagstuk. Het is ook een beheervraagstuk.

Droogte en hitte verhogen het risico aanzienlijk, maar of een brand vervolgens uitgroeit tot een grote natuurbrand hangt ook samen met de structuur van het landschap, de aanwezige vegetatie, de bereikbaarheid voor hulpdiensten en het beheer dat eraan voorafging.

Landschapsstructuur bepaalt mee het brandrisico

Bart Muys, professor bosbeheer aan de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van de KU Leuven wees naar aanleiding van de recente branden in Zuid-Europa op de grote veranderingen die het landschap er de afgelopen eeuw heeft ondergaan. Waar landbouw, extensieve veeteelt, open gebieden en bossen elkaar vroeger vaker afwisselden, ontstonden op bepaalde plaatsen grote aaneengesloten bosmassieven.

Zoals Bart Muys het omschrijft:

“Bossen die qua structuur, samenstelling en hoogte erg homogeen zijn, vormen een aaneengesloten deken van brandbare biomassa.”

Door het verdwijnen van landbouw en begrazing verdwenen op verschillende plaatsen ook de onderbrekingen in het landschap, waardoor volgens Bart Muys zones ontstonden “zonder corridors die het vuur tegenhouden”.

Daarom wijst hij op het belang van een mozaïeklandschap, waarin bos, landbouwgrond en open ruimte elkaar afwisselen. Voor Landelijk Vlaanderen is dat een belangrijk uitgangspunt: een gevarieerd landschap en actief beheer maken deel uit van de preventie. Ecologisch waardevol beheer is daarbij niet automatisch hetzelfde als brandveilig beheer. Ook natuurbeheer dat sterk inzet op biodiversiteit moet rekening houden met droogte, hitte en brandbare vegetatie.

Brandgangen moeten opnieuw deel van het verhaal worden

Landelijk Vlaanderen pleit ervoor om brandgangen en andere brandstofonderbrekingen structureel in te zetten waar dat nodig is voor een brandveilig bos- en natuurbeheer. Ze kunnen de continuïteit van brandbare vegetatie doorbreken, de verspreiding van vuur vertragen en veilige interventiezones creëren. Brandcorridors langs wegen en rond woningen kunnen die werking versterken en tegelijk de toegankelijkheid voor hulpdiensten verbeteren. Ook goed onderhouden boswegen en voldoende waterpunten zijn daarbij cruciaal.

Franse analyses van branden in onder meer Fontainebleau en Aquitaine leggen eveneens sterk de nadruk op die preventieve infrastructuur. De analyse van Gilles Granereau in Contrepoints benadrukt daarbij dat branden multifactorieel zijn en dat preventie veel breder moet worden bekeken dan klimaat alleen. Dat debat moeten we ook in Vlaanderen durven voeren.

Struikvegetatie en dood hout: ecologische waarde en risico

Struiken, grassen, heide en andere ondergroei vervullen een belangrijke ecologische functie, maar kunnen tijdens langdurige droogte ook veel brandstof vormen. Landelijk Vlaanderen besteedde hier eerder al aandacht aan in De Landeigenaar nr. 102: een dichte struiklaag kan vuur gemakkelijker laten overslaan naar hogere vegetatielagen en boomkronen.

Hetzelfde geldt voor dood hout. Het is waardevol voor de biodiversiteit en heeft terecht een plaats binnen duurzaam bosbeheer, maar met drogere lentes en zomers moet ook het mogelijke brandrisico worden meegewogen. In Vlaanderen wordt er immers heel sterk ingezet op het behoud van staand en liggend hout. Vooral fijn en droog materiaal, takken, naalden en verdroogde vegetatie kunnen de uitbreiding van vuur versterken.

De conclusie is niet dat struikvegetatie of dood hout moet verdwijnen, maar dat biodiversiteit en brandveiligheid gebiedsgericht samen moeten worden bekeken. Landelijk Vlaanderen pleit er daarom voor om ook de criteria voor duurzaam bosbeheer in het licht van veranderende klimaatomstandigheden opnieuw tegen het licht te houden.

Versnippering leidt te vaak tot onbeheer

Een specifieke Vlaamse uitdaging is de sterk versnipperde boseigendom. Veel bospercelen zijn klein en verdeeld over talrijke eigenaars, waardoor actief beheer moeilijker en minder rendabel te organiseren is. Het gevolg is dat beheer op sommige plaatsen uitblijft, wat ook het lokale brandrisico kan verhogen.

De Bosgroepen spelen daarom een belangrijke rol. Zij brengen kleine boseigenaars samen, ondersteunen hen met kennis en kunnen beheer over perceelsgrenzen heen organiseren. Landelijk Vlaanderen pleit ervoor die gebiedsgerichte samenwerking verder te versterken, want ook brandpreventie stopt niet aan een perceelsgrens.

Houtoogst is ook beheer

Ook houtoogst verdient een duidelijke plaats in dit debat. Professor Bart Muys stelt:

“Een landschap waar weer meer hout geoogst wordt, wordt opener, resistenter voor vuur en veiliger.”

Een opener bosstructuur kan bovendien kansen bieden aan soorten die afhankelijk zijn van licht en open plekken.

Voor Landelijk Vlaanderen maakt houtproductie essentieel deel van duurzaam bosbeheer. Gerichte houtoogst en dunning kunnen bijdragen aan structuurvariatie, bosverjonging, klimaatadaptatie en het beperken van brandbare biomassa.

Ook de economische functie van het bos is essentieel. Inkomsten uit hout helpen private eigenaars om beheermaatregelen te financieren. Wanneer die economische drager verzwakt, wordt actief beheer moeilijker en komt ook de lokale houtverwerkende sector onder druk te staan. Tijdig en continu beheer voorkomt bovendien dat grote volumes hout pas bij acute risico’s tegelijk op de markt komen, met mogelijke prijsdruk tot gevolg.

Een duurzaam bosbeleid mag daarom de economische functie van het bos niet uit het oog verliezen.

Meer ruimte voor klimaatresistente boomsoorten

De boomsoorten en bosstructuren die we vandaag kiezen, bepalen mee hoe weerbaar onze bossen in de toekomst zullen zijn. Sommige naaldboomsoorten kunnen brandgevoeliger zijn, maar ook inheemse loofbossen kunnen bij extreme droogte zwaar getroffen worden.

Tegelijk komen verschillende vertrouwde inheemse soorten onder druk te staan door hitte, droogte, ziekten en plagen. Landelijk Vlaanderen pleit daarom voor voldoende ruimte om klimaatresistente boomsoorten en herkomsten te onderzoeken en verantwoord toe te passen, met aandacht voor de praktijkervaring van eigenaars in Vlaanderen en daarbuiten.

Natuurherstel vraagt toekomstgericht beheer

Dat debat is extra relevant nu België tegen 1 september 2026 zijn ontwerp van nationaal natuurherstelplan moet indienen. De Europese Natuurherstelverordening vraagt onder meer het behoud van stedelijke groene ruimte en boomkroonbedekking, met vanaf 2030 een verdere toename van de boomkroonbedekking.

Voor Landelijk Vlaanderen moet die ambitie hand in hand gaan met preventief, actief en gebiedsgericht beheer: met aandacht voor brandgangen, toegankelijke boswegen en waterpunten, brandbare vegetatie, gerichte houtoogst en samenwerking over perceelsgrenzen heen.

Aangezien 64% van de Vlaamse bossen in private handen is, spelen private eigenaars hierin een sleutelrol. Zij moeten vanaf het begin worden betrokken en de nodige ruimte, ondersteuning en instrumenten krijgen om hun verantwoordelijkheid op te nemen.

Meer bos en meer natuur zijn belangrijke ambities, maar minstens even belangrijk is hoe we die bossen beheren en weerbaar houden. Dat debat moeten we vandaag voeren, niet pas wanneer een grote brand ons daartoe dwingt.

Evalueer het Vlaamse bosbeheer

Landelijk Vlaanderen roept op tot een evaluatie van de criteria voor duurzaam bosbeheer. Ook de Europese Commissie stelt dat bossen steeds meer onder druk staan door onder meer droogte, stormen, plagen en natuurbranden. Om de veerkracht van onze bossen te versterken, moeten de klassieke beheercriteria worden geactualiseerd en afgestemd op de uitdagingen van vandaag, zoals klimaatadaptatie en een toenemend brandrisico.

Ook het Europees Milieuagentschap (EEA) pleit voor een bosbeheer dat inzet op fire-resilient forest management. Landelijk Vlaanderen neemt daarom samen met de partners van het Bosforum het initiatief om concrete voorstellen uit te werken rond vegetatiedichtheid, bosstructuur, soortensamenstelling, droogte en brandrisico.

Alleen door de criteria voor duurzaam bosbeheer tijdig te evalueren en bij te sturen, kunnen we onze bossen weerbaar maken voor de uitdagingen van de toekomst.

Bronnen:

Deel deze post

Landelijk Vlaanderen
Alexia Bekaert

Alexia Bekaert

Junior Policy Officer Bos- en Natuurbeleid

Thema:Bos
Bosbranden vragen om actief bosbeheer | Landelijk Vlaanderen