(English below)
Voor veel private boseigenaars in Vlaanderen wordt de keuze van geschikte boomsoorten steeds moeilijker. Bossen groeien traag, terwijl de klimaatverandering snel gaat. De beslissingen die vandaag worden genomen, zullen het boslandschap, de houtvoorziening en de biodiversiteit van de komende vijftig tot honderd jaar mee bepalen.
Het huidige Vlaamse bosbeleid geeft nog steeds sterk de voorkeur aan inheemse boomsoorten. Dat is begrijpelijk: inheemse soorten spelen een belangrijke rol voor de lokale biodiversiteit en de ecologische continuïteit. Tegelijk worden veel boseigenaars geconfronteerd met droogte, plagen, ziekten en onzekerheid over de vraag of traditionele boomsoorten in de toekomst nog voldoende standvastig zullen zijn. Wetenschappelijk onderzoek wijst daarom steeds vaker op het potentieel van zuidelijke herkomsten en bepaalde niet-inheemse soorten als onderdeel van klimaatrobuust bosbeheer.
Dat plaatst private eigenaars in een moeilijke positie. Ze worden aangemoedigd om hun bossen weerbaarder te maken, maar krijgen weinig ruimte om te experimenteren. In veel gevallen wordt van boseigenaars verwacht dat ze met een zeer hoog aandeel inheemse soorten werken, terwijl de introductie van andere soorten of herkomsten beperkt blijft. Bezorgdheden over invasiviteit en biodiversiteitsverlies zijn terecht, maar al te rigide regels kunnen innovatie en aanpassing eveneens afremmen.
Er is echter ook een positieve ontwikkeling. Een recente Vlaamse studie van het INBO, het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, stelt een bredere invulling van het begrip ‘inheemse boomsoort’ voor. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen historisch inheemse soorten en soorten die onder de huidige en toekomstige klimaatomstandigheden ecologisch geschikt kunnen worden. Dat kan de deur openen naar een flexibelere en meer wetenschappelijk onderbouwde benadering van boomsoortenkeuze. De belangrijkste vraag is nu hoe en wanneer dit voorstel beleidsmatig zal worden opgepikt en in de Vlaamse regelgeving zal worden vertaald.
Dat is bijzonder belangrijk voor private boseigenaars, die de risico’s en kosten van aanplantingsbeslissingen vaak zelf dragen. Hun keuzes zullen ook mee bepalen of de Vlaamse bossen in een veranderend klimaat duurzaam hout en andere ecosysteemdiensten kunnen blijven leveren. De nieuwe EU-strategie voor de bio-economie benadrukt het belang van veerkrachtige ecosystemen en waardeketens, een betrouwbare aanvoer van duurzaam geproduceerde biomassa en sterkere economische perspectieven voor Europese bosbouwers. Om die Europese ambities in de praktijk om te zetten, hebben boseigenaars in Vlaanderen nood aan duidelijke, wetenschappelijk onderbouwde en werkbare mogelijkheden om hun bossen aan te passen voor de volgende generaties.
Native or non-native? Rethinking tree species choices in a changing climate
For many private forest owners in Flanders, choosing which trees to plant has become increasingly difficult. Forests grow slowly, but climate change is moving fast. Decisions made today will shape the forest landscape, timber supply and biodiversity of the next 50 to 100 years.
Current Flemish forest policy still strongly favours native tree species. This is understandable: native species play an important role in supporting local biodiversity and maintaining ecological continuity. At the same time, many forest owners are confronted with drought, pests, diseases and uncertainty about whether traditional species will remain viable in the future. Scientific research increasingly points to the potential of southern provenances and certain non-native species as part of climate-adaptive forest management.
This creates a difficult situation for private landowners. They are encouraged to make their forests more resilient, but their room to experiment is limited. In many cases, forest owners are expected to work with a very high share of native species, while the introduction of other species or provenances remains restricted. Concerns about invasiveness and biodiversity loss are legitimate, but overly rigid rules can also discourage innovation and adaptation.
There is, however, a positive development. A recent Flemish study from INBO (Research Institute for Nature and Forest) has proposed a broader definition of “native” tree species, distinguishing between historically native species and species that may become ecologically suitable under current and future climate conditions. This could open the door to a more flexible and science-based approach to species choice. The key question now is how and when this proposal will be taken up at policy level and translated into Flemish regulation.
This is especially important for small private forest owners, who often bear the risks and costs of planting decisions themselves. Their choices will also influence whether Flemish forests can continue to supply sustainable timber and other ecosystem services under a changing climate. The new EU Bioeconomy Strategy underlines the importance of resilient ecosystems and value chains, a reliable supply of sustainably produced biomass, and stronger economic opportunities for EU foresters. To translate these European ambitions into practice, forest owners in Flanders need clear, science-based and workable options to adapt their forests for future generations.

